De stand van VRNHN

Eind 2019 verscheen de ‘stand van het land’ ten aanzien van de aanpak voor personen met verward gedrag. Hoe presteren de veiligheidsregio’s op de negen bouwstenen van de aanpak? Martin Smeekes, VRNHN-directeur, reflecteert op het rapport. “In de kern draait het om de vraag in hoeverre je echt met elkaar wilt samenwerken.”

Wat is je eerste indruk van het rapport?

“Het is goed om te lezen dat alle regio’s aangeven te voldoen aan de minimale vereisten voor de bouwstenen en dat er bij hen mooie ontwikkelingen gaande zijn. Dat geldt ook voor Noord-Holland Noord. Als ik alle bouwstenen naloop, scoren we over de hele lijn bovengemiddeld. Daar ben ik blij mee.”

Wat ligt daaraan ten grondslag?

“In een beleidsveld waarin zoveel partijen in het zorg- en veiligheidsdomein een rol spelen, kun je alleen maar succesvol zijn als je elkaar werkelijk weet te vinden. Niet op formele basis, maar omdat je beseft dat je elkaar nodig hebt. Ben je bereid een stap extra te zetten voor de ander in het vertrouwen dat de ander voor jou later weer een stap extra zet? Als je mensen met verward gedrag wilt helpen, moet je in onorthodoxe oplossingen durven denken. Dat lukt je alleen, als je je oprecht bij elkaar betrokken voelt. Aan dat professionele klimaat hebben we in onze regio hard gewerkt. Dat werpt zijn vruchten af.”

Tegelijkertijd geeft het rapport aan dat de verbinding tussen de regionale en lokale uitvoeringspraktijk nog als een uitdaging wordt ervaren.

“Dat kan ik mij best voorstellen. Mijn aanpak bij een multidisciplinair aandachtsgebied op regionaal niveau is altijd dezelfde. Zorg voor een goede bestuurlijke verankering door een burgemeester of wethouder bestuurlijk verantwoordelijk te maken. Zet de partijen uit het veld op bestuurlijk niveau bij elkaar en maak de verbinding. Maar daarna volgt een minstens zo belangrijke stap: zorg dat de professionals die het werk moeten doen goed aangehaakt raken. Bij de invoering van de wet verplichte GGZ hebben we in Heiloo een conferentie georganiseerd waarbij we de praktische uitvoerders uitvoerig hebben meegenomen in de gevolgen van de wet.”

“Ik ben niet iemand die vindt dat vroeger alles beter was, maar nu merk je pas hoe waardevol die initiatieven waren.”

Een ander knelpunt dat wordt genoemd, is het gebrek aan structurele financiering bij de aanpak van personen met verward gedrag.

“Goede samenwerking hoeft geen geld te kosten. Daar is nog veel te winnen. Wel lopen we bij personen van wie het verwarde gedrag echt een veiligheidsrisico vormt aan tegen een tekort aan specifieke voorzieningen. Dat valt onder bouwsteen acht. Dan denk ik in de eerste plaats aan de hoog bewaakte bedden in de GGZ voor de meest gevaarlijke categorie patiënten. Maar ook bij andere vormen van huisvesting grijpen we nu te vaak mis. Deze doelgroep is gebaat bij wat ik noem Leger des Heils-achtige voorzieningen, zoals respijthuizen en sociale pensions. Een veilige plek waar niet zelfredzame mensen op adem kunnen komen. Ik ben niet iemand die vindt dat vroeger alles beter was, maar nu merk je pas hoe waardevol die initiatieven waren. In iets soortgelijks moet weer geïnvesteerd worden.”

In coronatijd

Als dak- en thuislozen corona krijgen, vormen zij meteen een relatief groot risico. Door hun zwervende gedrag kunnen zij voor een snelle verspreiding van covid-19 zorgen. Een goede opvang, waar zij in quarantaine kunnen, is dan absoluut geen sinecure. “Dat kwam ook aan de orde in mijn contacten met de GGZ en zij stelden meteen een accommodatie in Heiloo ter beschikking”, vertelt Martin Smeekes. “Dat bedoel ik met ‘echte samenwerking’: snel schakelen en voor elkaar klaar staan wanneer het nodig is. Minister Ferd Grapperhaus en staatssecretaris Paul Blokhuis zijn recent op werkbezoek in de regio geweest, omdat zij geïnteresseerd zijn in onze aanpak. Toen heb ik ook tegen hen gezegd dat dit een cruciale succesfactor is.”